Introductie  

Zoals aangegeven in de eerste delen "Aartsvaders" en "Mozes en Jozua" is de rubriek Bijbelse Geschiedenis een onderdeel van de hoofdrubriek Geschiedenis. Kaartje titelDe Bijbelse Geschiedenis betreft de geschiedenis van God en de schepping. De weg die God gaat met mens en wereld door de eeuwen heen, vanaf het begin van de wereld tot aan vandaag toe, en de weg die de mens zelf gaat in zijn relatie tot God.

Het eerste deel "De aartsvaders" gaat vanaf de schepping tot aan de tijd dat vader Jakob vanwege hongersnood met al de zijnen in Gosen in Egypte gaat wonen. Deze geschiedenis is beschreven in het Bijbelboek Genesis. Het volk Israël verblijft ruim 200 jaar in Egypte. Omstreeks deze tijd leeft in het land Us de godvrezende Job waarover het Bijbelboek Job gaat. In het tweede deel "Mozes en Jozua" wordt het volk Israël bevrijdt uit de slavernij en afgoderij van Egypte, reist het door de woestijn naar het beloofde land en wordt het land Kanaän in bezit genomen. Deze geschiedenis is beschreven in de Bijbelboeken Exodus t/m Jozua.

We gaan hier nu vervolgen met deel 3, de geschiedenis van het volk Israël in het land Kanaän. 

 

De tijd na Jozua

Onder Jozua had het volk, onder erkenning van Gods wonderen, bescherming en leiding, plechtig beloofd "Natuurlijk zullen wij Hem dienen, want Hij is onze God. Wees ervan verzekerd dat we God zullen dienen". Het volk blijft God dienen zolang de leeftijdsgenoten van Jozua leiding geven aan de stammen. De stammen wonen en leven ieder in hun eigen grondgebied. Ze ervaren dat het land overvloeit van melk en honing. Tevens wordt strijd gevoerd om de nog aanwezige Kanaänieten te verdrijven. God had het volk geboden die volken allemaal te verbannen. In het beloofde land wilde Hij alleen gediend worden. De stammen helpen elkaar om deze opdracht uit te voeren. Lang niet elke stam voert de opgedragen taak uit en uiteindelijk wordt de verbanning maar ten dele uitgevoerd. Dit wordt het volk tot een (al door Jozua en God zelf voorspelde) beproeving en valstrik. De niet verdreven volken verleiden Israël tot het dienen van hun afgoden. Verschillende stammen van Israël bezwijken telkens weer voor de afgodendienst. Steeds minder houdt het volk zich aan de verbondsafspraken met God en is Hem ontrouw. Het volk keert God de rug toe en ieder doet wat goed is in eigen ogen. Dit brengt God tot grote woede.

De tijd van de Rechters

Vanwege hun trouweloosheid aan de God van het verbond en het vereren van de afgoden, levert God de Israëlieten uit aan roversbenden en omringende landen. De Israëlieten krijgen het zwaar te verduren. God had hen hiervoor gewaarschuwd en dat ondervinden ze nu keer op keer. Gedurende zo'n 160 tot 260 jaar is er een afwisseling van afval, straf, bekering en uitredding. Want steeds als de onderdrukking hoog is, smeekt Israël om hulp en geeft God een rechter die hen bevrijdt. God heeft  elke keer weer medelijden en geeft verlossing gedurende het leven van de rechter. In deze periode is er nog geen politieke eenheid van de stammen en treden de rechters veelal regionaal op. God geeft de volgende rechters om het volk te verlossen:  Otniël - Ehud - Samgar - Debora - Barak - Gideon en na koning Abimelech: Tola - Jaïr - Jefta - Ibsan - Elon - Abdon - Simson - Eli - Samuël.


Tijdlijn RechtersDe meest markante rechters zijn toch wel Gideon (links) en Simson (rechts). De periode waarin de rechters optreden is niet met zekerheid vast te stellen. Het is de tijd tussen de dood van Jozua en het begin van het koningschap in Israël. Dit betreft een tijdsduur van 300 jaar. Wellicht werd Israël al vrij snel ontrouw aan God en beslaat die periode 260 jaar. Treedt de ontrouw later op, dan kan de periode van de rechters 160 jaar omvatten (zoals in de hier aangegeven tijdlijn). De vijandelijke invallen zullen elkaar hebben overlapt, want de buurlanden vallen van verschillende kanten op verschillende tijden in verschillende gebieden binnen. Nadere gegevens over de rechters zelf staan in de presentatie "Rechters in Israël".

Ruth

In de tijd van de rechters leeft in Bethlehem in Juda ook het gezin van Elimelech. Hun wedervaren is beschreven in het Bijbelboek Ruth. Het gezin bestaat uit Elimelech, zijn vrouw Noömi en hun zonen Machlon en Kiljon. In verband met een hongersnood besluit het gezin een tijdlang in Moab te gaan wonen. Wellicht in de tijd vóór de vijandelijke invallen van de buurlanden of in een rustige periode tussen de invallen. Elimelech sterft daar. De zonen trouwen met Moabitische vrouwen. De zonen sterven ook en Noömi blijft achter met haar schoondochters Orpa en Ruth. Noömi keert met alleen Ruth terug naar Bethlehem. Daar krijgt ze van God nieuwe levens­kansen. Ruth trouwt met Boaz, losser binnen de familie. Hun zoon Obed wordt de vader van Isaï, waaruit David, de koning van Israël, voortkomt. De Moabitische Ruth behoort dus tot het voorgeslacht van Jezus Christus. De geschiedenis van Ruth is voor deze website beschreven in document "Ruth". Het Bijbelboek Ruth laat zien dat tegenover het chaotische leven in de periode van de Rechters de opbloei staat van een familie uit Bethlehem, die ten dode scheen opgeschreven. Niet alleen Ruth, maar ook de samenleving laat zien dat genadegaven als trouw en liefde nog gevonden worden in het individualistische tijdperk van Rechters. We zien ook hoe God in de leiding van de geschiedenis doorwerkt aan de komst van de Messias, ook via niet-Israëlieten.

De laatste Rechters Eli en Samuël

In de tijd na Simson heeft Israël nog steeds last van vijandelijkheden van de Filistijnen. Ook vertoont het volk nog steeds tekenen van verval. De Bijbel verhaalt van de beeldendienst van Micha in Efraïm in een eigen heiligdom. Daarbij wordt ook een Leviet aangesteld. De stam Dan zoekt in die tijd nog naar een vast woongebied. Zij komen langs het huis van Micha, nemen de Leviet met beelden en al mee, vervolgen hun rooftocht en nemen verderop een gebied in bezit. De Danieten krijgen ruzie met Micha over de diefstal. In deze tijd doet iedereen wat goed is in eigen ogen. Dat blijkt ook uit de schanddaden in Gibea in Benjamin, waar op gelijke wijze als bij Lot in Sodom de gastvrijheid wordt geschonden, gepaard gaande met verkrachting en moord. De gruwelijkheden worden zo groot, dat heel Israël erbij wordt betrokken. Met z'n allen trekken ze op tegen de stam Benjamin en vernietigen bijna de hele stam. Achteraf helpen ze toch de stam Benjamin weer om als stam te blijven bestaan. Steeds geeft de Bijbel voor deze periode aan "Er was geen koning in Israël; iedereen deed wat goed was in eigen ogen".

In deze periode is Eli hogepriester en rechter. Hij is vroom, maar heeft een zwak karakter. Zijn zonen Chofni en Pinechas zijn nietswaardige priesters, een stelletje afpersers. Ze nemen op een onrechtmatige wijze offervlees en slapen met de vrouwen die dienst doen bij de ingang van de tabernakel. Eli weet dat zijn zonen God minachten, zegt er ook wel wat van, maar wijst hen niet terecht. Dit neemt God hem bijzonder kwalijk en zegt tegen Eli dat Hij het priesterschap aan zijn familie zal ontnemen.

In de tijd van Eli leeft in Efraïm het gezin van Elkana. Zijn vrouw Peninna heeft kinderen, zijn vrouw Hanna niet. Hanna wordt diep bedroefd van het almaar tergen van Peninna hierom. Ze smeekt in de tabernakel of God haar een zoon wil geven en belooft dat ze die zoon aan God zal wijden. Eli ziet haar prevelend bidden en denkt dat ze dronken is. Hanna geeft uitleg, waarna Eli zegt dat God haar zal geven waar ze om heeft gevraagd. Hanna krijgt haar zoon Samuël en brengt hem als jonge knaap naar Eli. Samen danken ze God. Eli neemt Samuël onder zijn hoede. In een nacht roept God Samuël en geeft hem te kennen dat Hij het geslacht van Eli zal straffen om het wangedrag van Chofni en Pinechas. Op dringend verzoek van Eli vertelt Samuël hem wat God heeft gezegd. Eli reageert gelaten berustend. God kondigt ook aan dat Chofni en Pinechas op één en dezelfde dag zullen sterven. In de loop van de tijd spreekt God meermalen tot Samuël.

In deze tijd is er nog voortdurend strijd met de Filistijnen. In de strijd bij Afek wordt Israël door de Filistijnen verslagen. Op voorstel van de oudsten halen Chofni en Pinechas de ark van het verbond uit de tabernakel en brengen deze in het leger. Nu God in hun midden is, zullen ze wel overwinnen. Ze juichen en de Filistijnen worden bang. Maar de Filistijnen vermannen zich, gaan toch weer over tot de aanval en verslaan de Israëlieten verpletterend. Daarbij wordt de ark buitgemaakt. Chofni en Pinechas vinden de dood. Als Eli hoort van de dood van zijn zonen, maar vooral ook van het buitmaken van de ark, valt hij achterover van zijn stoel, breekt de nek en sterft. Eli is 40 jaar rechter over Israël geweest. De zwangere vrouw van Pinechas brengt van schrik voortijdig een zoon ter wereld. Zij noemt hem Ichabod, "Israël is van zijn eer beroofd, want de ark van God is ons ontnomen".

De buitgemaakte ark van het verbond verblijft maandenlang onder de Filistijnen. Wordt de ark in een tempel van hun goden geplaatst, dan ligt het godenbeeld de volgende morgen voorovergevallen op de grond voor de ark. Wordt de ark naar een stad gebracht, dan pakt God de inwoners hard aan met paniek en ziekte. Ten einde raad sturen de Filistijnen de ark met een schadeloosstelling (gouden beeldjes) op een nieuwe kar terug naar Israël. De ark arriveert in Bet-Semes (westelijk van Bethlehem), waar de inwoners blij een offer brengen aan God. Maar ook zij worden gestraft omdat ze naar de ark hebben gekeken. Na overleg wat te doen, wordt de ark geplaatst bij Abinadab in het nabij gelegen Kirjat-Jearim.  Zoon Elazar wordt tot priester gewijd.

Samuël verslaat de Filistijnen     De ark blijft ruim 20 jaar bij Abinadab. De Filistijnen overheersen nog steeds Israël. Dan spreekt Samuël tot het volk "Als het jullie ernst is tot God terug te keren, doe dan alle vreemde goden weg en richt je met heel je hart op God. Dien Hem alleen, dan zal Hij je bevrijden van de Filistijnen". Het volk erkent hun zonden, doet wat Samuël zegt en leeft naar de richtlijnen die Samuël hen geeft. In Mispa brengen ze een offer. Als de Filistijnen dit horen trekken ze op om Israël daar aan te vallen. Samuël bidt tot God om de overwinning voor de bang geworden Israëlieten. God zelf brengt de Filistijnen tot grote verwarring, zodat zij het onderspit delven. Samuël plaats een steen bij Mispa en noemt die "Eben-Haëzer", "Want tot hiertoe heeft God ons geholpen". Alle gebieden worden op de Filistijnen heroverd en er is vrede in het land. Samuël maakt elk jaar vanuit zijn woonplaats Rama een rondreis in het land en geeft daarbij richtlijnen aan het volk. Hij is Rechter tot aan het eind van zijn leven. In deze laatste periode bereidt hij het koningschap voor en zalft de komende koningen Saul en David.

De tijd van de Koningen

Onder Samuël begint het volk om een koning te vragen. De gemeenschap dreigt uiteen te vallen, omdat ieder doet wat goed is in eigen ogen. Er moet een uitweg uit de wetteloosheid en een politieke eenheid komen. Samuël heeft zijn zonen als rechters aangesteld, maar die laten zich omkopen en verdraaien het recht.  Een koning moet het volk leiden tegen nieuwe bedreigingen van de Filistijnen en Ammonieten.

Samuël verzet zich tegen het aanstellen van een koning, want "de Heer, uw God, is Koning". Koning 4God echter wil dat hij gehoor geeft aan het verzoek. "Jou verwerpen ze niet. Ze verwerpen juist Mij als hun koning". Ook al waarschuwt Samuël voor de zware verplichtingen die bij een koning horen, het volk wil niet wijken: "We willen een koning die ons bestuurt en ons voorgaat in de strijd". God zegt tegen Samuël dat hij een koning moet aanstellen.

Koning Saul

In een ontmoeting met Saul zalft Samuël hem tot koning. Saul is een zoon van Kis uit de stam Benjamin en woont in Gibea: "Hierbij zalft de HEER u tot vorst over het volk dat Hem toebehoort". Saul moet naar Gilgal gaan, waar Samuël hem aan het volk zal voorstellen. Saul 4aOnderweg daarnaartoe sluit Saul zich aan bij een stoet profeten en raakt  hij door de Geest in vervoering. God maakt een ander mens van Saul. Samuël roept het volk samen om een koning te verkiezen. Via loting wordt de stam Benjamin en daarna Saul aangewezen. Saul houdt zich eerst verborgen bij de ezels, maar God   laat hem vinden. Saul is lang en knap. Het volk ziet zijn rijzige gestalte en juicht "Leve de koning". Saul keert terug naar huis met een leger dappere krijgshelden.

Zijn eerste daad is de bevrijding van Jabes in Gilead. De Ammonieten hebben de stad omsingeld. Saul hoort hiervan en roept, onder een bedreiging, alle stammen ten strijde. Massaal komen de Israëlieten samen en verslaan de Ammonieten.

Saul voert meermalen strijd met de Filistijnen. Steeds brengt Samuël vóór de aanvang van de strijd een offer. Eens wacht Saul, in een penibele situatie, daar niet op en offert zelf. Deze ongehoorzaamheid wordt hem zwaar aangerekend. Zijn koningschap zal niet standhouden. Sauls zoon Jonatan brengt, op een teken van God, een opening in de penibele strijd. Israël overwint die dag en zet de achtervolging in. Saul gebiedt dat niemand mag eten vóór de vijand is verslagen. Jonatan weet dit niet en eet onderweg honing. Hoewel hij nu de dood verdient, pleiten de soldaten hem vrij.

Saul voert oorlogen tegen alle omringende vijanden, overwint steeds en wordt machtig. Op bevel van Samuël onderneemt Saul een strafexpeditie naar Amalek om dit volk te straffen voor wat zij Israël tijdens de woestijnreis destijds hebben aangedaan. Gehoorzaamheid 1Hij mag niets en niemand in leven laten. Hij is God ongehoorzaam door koning Agag en het beste vee in leven te laten. Via Samuël hoort hij dat God het betreurt dat Hij hem tot koning heeft aangesteld. Er zal een andere koning komen.

Koning Saul en David

Samuël moet van God een zoon van Isaï uit de stam Juda tot koning zalven. God zal hem daar aanwijzen welke. Samuël laat de zonen aan hem voorbijgaan. David 1 randDe oudste heeft een rijzige gestalte, maar God geeft aan dat deze niet door Hem is uitgekozen. "De mens kijkt naar het uiterlijk, maar God kijkt naar het hart".Uiteindelijk kiest God de jongste zoon David. Deze is het vee aan het hoeden, maar wordt gehaald. David, een knappe jongen met rossig haar en sprekende ogen, wordt door Samuël tot koning van Israël gezalfd. Vanaf dat moment is David doordrongen van de Geest van God.

In de strijd van Saul met de Filistijnen komt hun kampvechter Goliat naar voren. Hij bespot Israël en hun God en daagt Israël uit tot een tweegevecht. Saul 5a randDavid gaat in herderskleren de uitdaging aan: "Ik daag jou uit in de naam van de God van Israël die je hebt beschimpt. Ik zal je doden zodat de hele wereld weet dat Israël een God heeft". David doodt Goliat met een steen uit zijn slinger. De Filistijnen vluchten in paniek. Het leger van Israël achtervolgt hen en doodt velen. David brengt het hoofd van Goliat bij Saul.

Gods Geest heeft koning Saul verlaten nu hij verworpen is. Nu wordt hij door een kwade geest gekweld. David wordt als lierspeler aan het hof gebracht om hem op te beuren. Hij komt bij Saul in dienst en wordt zijn wapendrager. Als David veel roem krijgt, is Saul jaloers en werpt een speer naar hem. David ontwijkt de speer. Saul merkt dat God David nabij is en verzint een list: "Ik hoef het niet zelf te doen, laten de Filistijnen hem maar doden".

David onderneemt met groot succes vele veldtochten. Zijn roem wordt zo groot dat hij in alle steden feestelijk wordt bejubeld: "Saul versloeg ze bij duizenden, David bij tienduizenden". Saul beschouwt nu David als aartsvijand en wil hem doden. Jonatan, Sauls zoon, Davids vriend, bemiddelt meer dan eens, zonder succes. David vlucht.

Saul 8 randTien jaar lang zwerft David overal rond, opgejaagd door Saul. Tijdens deze vlucht vinden er diverse gebeurtenissen plaats. Vele pogingen van Saul om David om te brengen mislukken. Davids broers en honderden ruige mannen sluiten zich bij David aan. Ze leven in grotten en spelonken. Twee maal krijgt David de kans om Saul te doden, maar hij weigert de hand te slaan aan de gezalfde. Hij is lange tijd bij de Filistijnen en beleeft daar ook veel. David leert tijdens zijn langdurige vlucht geheel op God te vertrouwen.

De Filistijnen voeren opnieuw oorlog met Israël. De legers komen tegenover elkaar te staan. Als Saul het kamp van de Filistijnen ziet, grijpt de angst hem aan. Hij roept God aan, maar die antwoordt op geen enkele wijze. Endor 2Saul wil daarom naar een geestenbezweerster om Samuël te raadplegen. Hij gaat vermomd, want hij had zelf alle geestenbezwering en waarzeggerij verboden. Hij laat haar de geest van Samuël oproepen. Samuël brengt in herinnering hoe alles is gegaan en dat God daarom aan David het koningschap zal geven. Om zijn ongehoorzaamheid zal God Saul nu ook aan de Filistijnen uitleveren en zullen hij en zijn zonen gedood worden.

In het vervolg van de strijd met de Filistijnen slaat het leger van Israël op de vlucht. Velen sneuvelen. De Filistijnen dringen door tot Saul en zijn zonen. Ze doden de drie zonen, waaronder Jonatan. Saul ziet zijn dood aankomen en stort zichzelf in zijn zwaard. Zo vindt Saul de dood. De Filistijnen onthoofden Saul en zijn lijk wordt aan de stadsmuur genageld. Als de inwoners van Jabes dit horen, halen zij de lichamen van Saul en zijn zonen op en begraven hen in Jabes.

Een meer uitgebreide beschrijving van koning Saul staat in document  "Saul". 

Koning David

Op het moment dat Samuël tijdens de regering van Saul hoort dat God hem verwerpt vanwege zijn ongehoorzaamheid, heeft hij David tot nieuwe koning gezalfd (zie het voorgaande). David wordt, na een interne strijd met Isboset, de zoon van Jonatan, in Hebron door de oudsten van Israël tot koning gezalfd. Hij is dan 30 jaar en zal bijna 40 jaar regeren (van 1011 - 972 v. Chr.), 1 tabernakel met mensenwaarvan 33 jaar vanuit Jeruzalem. David trouwt met veel vrouwen en krijgt veel kinderen.

David zorgt ervoor dat de ark terugkomt in de tabernakel in Jeruzalem. De ark was ten tijde van Eli buitgemaakt door de Filistijnen en daarna terechtgekomen bij Abinadab in Kirjat-Jearim. Ook stelt David de profeet Natan voor in plaats van deze tabernakel, deze tent, een tempel als woonplaats van God te bouwen. God laat hem echter weten dat hij dat niet mag doen. Hij heeft te veel bloed vergoten en grote oorlogen gevoerd. Zijn zoon zal die tempel bouwen. Wel belooft God hem dat zijn koningshuis eeuwig zal voortbestaan.

God zegent David in zijn strijd tegen omliggende vijanden, de Filistijnen, Arameeërs, Moabieten, Ammonieten, Amalekieten en Edomieten. God staat hem ter zijde, hij wordt gaandeweg machtiger en breidt zijn gebied sterk uit. Onder zijn mannen zijn tientallen met name genoemde dappere helden die voorgaan in de strijd tegen de vijanden. David behandelt zijn onderdanen goed en rechtvaardig.

Hij begaat echter een grote zonde door ontucht te plegen met Batseba, de vrouw van Uria. Als zij zwanger blijkt te zijn, laat hij Uria, die in het leger dient in de strijd tegen de Ammonieten, met opzet omkomen. De profeet Natan kondigt zware straffen aan voor deze moord op Uria. Davids familie zal voor hem een bron van ellende worden, ontucht van zijn zonen, moord en doodslag. David toont diepe berouw, hij zal niet zelf sterven, maar wel de inmiddels geboren zoon van Batseba. Later krijgen David en Batseba onder meer hun zoon Salomo die hem zal opvolgen. God heeft deze zoon lief en geeft hem de naam Jedidja ("Lieveling van de HEER").

3 Kaart AbsolomDe straf die David kreeg, krijgt onder meer gestalte in de ontering van zijn dochter Tamar door haar halfbroer Amnon. Tamar is de zus van Davids zoon Absalom. Als Absalom van de verkrachting hoort, neemt hij wraak door Amnon tijdens een schapenscheerdersfeest te laten doden. David rouwt drie jaar om de dood van Amnon, terwijl Absalom een veilig heenkomen vindt in Gesur. Daarna wil hij naar Gesur gaan om tegen Absalom te strijden. Zijn opperbevelhebber Joab weet echter door een list dit te verhinderen. Absalom keert terug, maar mag David niet onder ogen komen. Na twee jaar wordt tussen hen beiden vrede gesloten. Toch grijpt Absalom vier jaar later naar de macht en laat zich in Hebron tot koning uitroepen. David vlucht met zijn hofhouding weg uit Jeruzalem naar de woestijn. Absalom laat zich adviseren hoe te handelen tegen David. Achitofel en Chusai geven tegenstrijdige adviezen. God beschikt dat het goede advies van Achitofel wordt verijdeld, omdat Hij Absalom te gronde wil richten. Op aangeven van Chusai trekt David de Jordaan over. Ook Absalom trekt de Jordaan over en het komt tot een treffen. Het leger van Absalom wordt verslagen. In de zware slag sneuvelen vele duizenden. De vluchtende Absalom blijft met zijn haren in de takken hangen en wordt gedood, ondanks het bevel van David zijn zoon te sparen. 4 Absalom 2Als David dit bericht hoort, trek hij zich in groot verdriet terug, huilend om Absalom "Absalom, mijn zoon, was ik maar dood in plaats van jij". Maar Joab praat op hem in. David vermant zich en laat heel het leger aan zich voorbij gaan. David keert terug naar Jeruzalem, dankbaar voor het herstel van zijn koningschap.

Intussen ontstaat er afgunst tussen het volk van Juda en het volk van Israël, over wie de meeste rechten op David heeft. Seba, een onruststoker uit Israël, roept op tot breken met David. Heel Israël volgt hem. Joab en zijn broer Abisaï achtervolgen Seba die naar een vestingstad vlucht. Bij de belegering door de Judeeërs bemiddelt een wijze vrouw die na beraad met de stad het afgehakte hoofd van Seba naar Joab werpt. Daarna keert het leger huiswaarts.

God brengt in het land een hongersnood vanwege een destijds door Saul verbroken belofte. Aan de Gibeonieten, een volk niet behorend tot Israël, was toen beloofd dat ze met rust zouden worden gelaten. Saul had echter geprobeerd hen uit te roeien. David laat de Gibeonieten bij zich komen en vraagt hen hoe het onrecht goed gemaakt kan worden. Zij vragen de uitlevering van Sauls zonen om hen terecht te stellen. David voldoet hieraan, waarna Sauls zonen worden opgehangen. Rispa, de bijvrouw van Saul, waakt bij de lijken om aasvogels en wilde dieren te weren. Daarop laat David het gebeente van Saul en Jonathan weghalen uit Gilead en begraaft deze samen met de lijken van de zonen in het graf van Kis, de vader van Saul.

Nogmaals begaat David een grote zonde. Hij geeft opperbevelhebber Joab opdracht een volkstelling te houden onder de weerbare mannen in Juda en Israël om te weten hoe groot zijn leger is. Joab sputtert behoorlijk tegen, maar Davids wil is wet en hij gaat op pad, het hele land door. Welgeteld zijn er in Israël 800.000 weerbare mannen en in Juda 500.000. Als David deze uitslag hoort, slaat de schrik om het hart vanwege zijn hoogmoed. Hij zegt tegen God "Ik heb ernstig gezondigd door mijn daad". 5 David StraffenVia de profeet Gad legt God hem drie straffen voor. Hij mag kiezen tussen zeven jaar hongersnood, drie maanden vluchten voor een belager of drie dagen pest in het land. Liever valt David in Gods handen dan in die van mensen. De pest brengt 70.000 mensen de dood. Als ook Jeruzalem wordt bedreigd, begint God het onheil te betreuren en laat de pest stoppen. David koopt op die plek een dorsvloer met runderen en brengt God brandoffers en vredeoffers.

Tijdens zijn regering behaalt David vele overwinningen in de strijd tegen zijn vijanden. Hij heft een overwinningslied aan voor zijn God die hem steeds uit de macht van deze vijanden heeft ontrukt. "Daarom wil ik U prijzen, HEER, te midden van de volken, een loflied zingen tot eer van uw naam".

6 Psalm 134 1We kwamen David vóór zijn koningschap al tegen als lierspeler bij koning Saul. Nu hebben we hem meegemaakt als koning. David is echter ook dichter, zoals we merken in zijn overwinningslied. Hij heeft gedurende zijn leven veel psalmen gedicht. In het Bijbelboek "Psalmen" zijn deze te vinden (naast die van andere dichters). We geven hier de informatie over dit Bijbelboek. Zie de presentatie "Psalmen en Liederen". Ook de laatste woorden van David zijn een lofzang, met daarin onder meer deze zinnen: "De geest van de HEER sprak in mij, zijn woorden zijn op mijn tong … Wie rechtvaardig heerst over de mensen, heerst in diep ontzag voor God … Zo, met Gods hulp, is ook mijn koningshuis, want een eeuwig verbond heeft Hij me toegezegd … Op Zijn hulp kan ik me verlaten …".

David treft vóór zijn dood nog een groot aantal voorbereidingen voor de bouw van de tempel die door Salomo zal worden gebouwd. Hij legt grote voorraden aan: cederstammen, balken, stenen, ijzer, goud, zilver, koper en allerlei edelgesteente. Hij stelt een menigte werklieden aan: steenhouwers, metselaars, houtsnijders en andere vaklieden. David instrueert Salomo en wenst hem toe dat God hem ter zijde zal staan en hem verstand en inzicht zal geven. David overhandigt zijn zoon zelfs een compleet bouwplan voor de tempel. 9 David zangers WordDaarnaast regelt hij taakverdelingen van de leiders van Israël, priesters en Levieten en geeft voorschriften aan zangers, poortwachters, schatbewakers, rechters en bestuursambtenaren. In het bijzijn van alle leiders van het land draagt David zijn taken over aan zijn zoon Salomo. Hij houdt hem voor de geboden van God na te volgen, ontvankelijk te zijn voor God en Hem met volle overgave te dienen. De leiders van het volk vraagt hij Salomo bij te staan en vraagt hen bij te dragen aan de bouw. Zij leveren spontaan veel goud, zilver, koper, ijzer en edelgesteente. Samen loven ze God en prijzen zijn grootheid.

David wordt als hij op hoge leeftijd komt, verzorgd door Abisag uit de stad Sunam. Intussen laat Davids zoon Adonia zich, met medewerking van Joab en de priester Abjatar, tot koning uitroepen in bijzijn van alle koningszonen en Judese hovelingen. Via de profeet Natan en via Batseba komt David dit ter ore. Hij geeft onmiddellijk opdracht om Salomo in aanwezigheid van het volk door Natan tot koning te laten zalven. 9 Salomo Koning 2David laat hem op zijn eigen muildier rijden en laat hem plaats nemen op de koningstroon. Het volk jubelt "Leve koning Salomo". Dit rumoer dringt door tot Adonia en zijn gasten. Als zij horen van de troonopvolging door Salomo slaat de schrik hen op het hart en vluchten ze naar huis. Adonia vlucht naar de tabernakel en grijpt de horens van het altaar. Salomo laat hem echter gaan onder voorwaarde geen misstap te begaan.

Bij de overdracht van het koningschap aan Salomo roept David alle invloedrijke personen van zijn rijk bijeen en verteld hen wat God in zijn leven allemaal heeft gedaan. Hij draagt hen op in alles de geboden van God na te leven opdat zij dit goede land voor altijd in bezit mogen houden.

Op zijn sterfbed geeft David aan Salomo de opdracht God te gehoorzamen en al zijn geboden in acht te nemen. Als zijn zonen het rechte pad houden en God met hart en ziel toegewijd blijven, zal er altijd een nakomeling van hem op de troon van Israël zitten. David sterft na een regeerperiode van 40 jaar (1011 - 972 v. Chr.) en wordt opgevolgd door zijn zoon Salomo. Een meer uitgebreide beschrijving van koning David staat in document "David"10 Saul David Salomo

Koning Salomo

Salomo bestijgt de troon van zijn vader David en regeert met vaste hand. God staat hem ter zijde en maakt hem buitengewoon machtig.

Als eerste neemt hij actie richting de tegenstanders van zijn koningschap. Via zijn moeder Batseba krijgt hij het verzoek van Adonia om met Abisag uit Sunem te mogen trouwen. Salomo zegt dat zij dan net zo goed het koningschap voor hem kan vragen en ook pleit zij dan tegelijk voor Abjatar en Joab, beiden medestanders van Adonia. Salomo laat Adonia en Jaob doden en ontzet Abjatar uit het priesterambt. Ook rekent Salomo af met Simi die zijn vader David destijds vervloekte.

Salomo toont zijn liefde voor God door te handelen naar wat zijn vader David hem heeft voorgehouden. Net als het volk brengt ook hij offers aan God in Gibeon, de belangrijkste offerhoogte van het land. Het is in Gibeon dat 12 Salomo wijsheid 1God hem in een droom vraagt wat Hij hem zal geven. Salomo vraagt om een opmerkzame geest voor zijn zware opdracht en om te onderscheiden tussen goed en kwaad. Omdat Salomo geen lang leven of rijkdom vraagt, belooft God hem niet alleen wijsheid en onderscheidingsvermogen te geven, maar ook rijkdom en een lang leven. Salomo brengt offers aan God en richt met zijn hovelingen een feestmaal aan.

Salomo schakelt voor zijn taken veel raadsheren in. Er worden twaalf stadhouders aangesteld die beurtelings een maand lang in het levensonderhoud van de koning en zijn hofhouding moeten voorzien.

Salomo breidt zijn gebied uit van de Eufraat tot aan Gaza. Hij leeft in vrede met de omringende landen en de bevolking kan onbezorgd leven. Hij trouwt met de dochter van de farao en wordt daarmee de schoonzoon van de koning van Egypte. Uit alle omringende landen komen afgevaardigden van koningen naar zijn wijsheid luisteren. Salomo dicht vele spreuken en liederen over allerlei planten en dieren en over het dagelijkse leven.

Een blijk van wijsheid is zijn uitspraak in een rechtsgeding van twee vrouwen die beiden een kind hebben. Eén van de kinderen overlijdt doordat de moeder er op is gaan liggen. 13 Salomos oordeel 1Deze moeder beschuldigt de ander ervan dat zij de kinderen heeft verwisseld en het dode kind bij haar heeft neergelegd. Die moeder ontkent dat ten stelligste. Salomo moet hierover oordelen. Hij beveelt het kind in tweeën te hakken en ieder de helft te geven. De ene moeder smeekt dit niet te doen, maar het dan maar aan die ander te geven. Salomo concludeert dat zij dus de echte moeder is. Als de Israëlieten dit vonnis horen, krijgen ze groot ontzag voor Salomo, want ze begrijpen dat hij het recht handhaaft met goddelijke wijsheid.

Salomo geeft opdracht een tempel voor God te bouwen. Salomo en koning Chiram van Tyrus roemen beiden de God van Israël en sluiten een verdrag met elkaar. 14 Templbouw 1Destijds leverde Chiram al aan David veel materialen voor de tempelbouw. Chiram levert ook nu ceders, cipressen, sandelhout en goud, vaklieden en knechten. Salomo levert als tegenprestatie voedsel voor het hof van Chiram. Salomo laat uit heel Israël mensen komen om herendiensten te verrichten. Grote aantallen werklieden en vakmensen uit beide landen maken, in een prima samenwerking, 15 Tempelbouw 2pasklare blokken steen en pasklare balken voor de bouw van de tempel en vervoeren dit naar de bouwplaats. De locatie van de tempel, de dorsvloer van Ornan op de berg Moria, is destijds al door David aangewezen.

De bouw begint, zo staat er geschreven, 480 jaar na de uittocht van Israël uit Egypte. De tempel komt tot stand geheel overeenkomstig de voorgeschreven afmetingen en constructie. De binnenkant van de tempel wordt met bladgoud bekleed. Ook voor het brons- en koperwerk voor de inrichting van de tempel zet Salomo vaklieden in. 16 Tempel Salomo 10Zo ontstaan het koperen wasvat, de verrijdbare spoelbekkens, het altaar, de tafel voor het toonbrood, de lampenstandaards, lampen, snuiters, messen, offerschalen, kommen en vuurbakken. Alle voorwerpen worden met goud bekleed. De tempelbouw duurt zeven jaar en wordt tot in detail geheel volgens plan gemaakt. De tempel zelf is ongeveer 30 m lang, 10 m breed en 15 m hoog. Nadat al het werk gereed is, laat Salomo de wijgeschenken van zijn vader David naar de tempel overbrengen. Hij bergt het goud en zilver en andere voorwerpen op in de schatkamer van de tempel.

Vervolgens brengt Salomo in bijzijn van alle oudsten en stamhoofden de ark van het verbond over naar de tempel. Als de priesters de ark naar binnen hebben gebracht, schallen de trompetten en cimbalen en heffen de zangers een loflied aan: “De HEER is goed, eeuwig duurt Zijn trouw”. Op dat moment vult een wolk de tempel van God, de majesteit van God vult de hele tempel.

17 Trompetten 2De tempel is gereed en God spreekt tot Salomo “Als jij je strikt houdt aan mijn voorschriften, rechtsregels en geboden, zal ik Mijn belofte aan jouw vader David nakomen. Ik zal te midden van de Israëlieten komen wonen en het volk Israël niet in de steek laten”.

Salomo zegt tegen God “Ik heb voor U een vorstelijk huis gebouwd dat voor altijd U tot woning kan zijn”. Heel de aanwezige gemeenschap van Israël gaat staan. Salomo vervolgt “Geprezen zij de HEER die zijn belofte aan mijn vader David is nagekomen”. En hij verhaalt aan het volk hoe het allemaal is gegaan, vooral ook met de bouw van de tempel. Salomo wendt zich naar het altaar, heft zijn handen naar de hemel, prijst God om zijn grootheid en doet, geknield voor het altaar, smeekbeden voor diverse toekomstige situaties, met het verzoek aan 18 Smeekbeden 1God: “Als dan iemand bij uw altaar in deze tempel komt, luister dan naar zijn gebeden en verhoor”. Salomo zegent heel het volk: “Moge God u in alles bijstaan” en houdt hen voor “God toegenegen te blijven en Zijn geboden te houden”, opdat alle volken op aarde zullen beseffen dat de HEER God is, Hij alleen. Onder het brengen van veel offers wordt de tempel ingewijd. Het volk viert veertien dagen feest, waarna ieder huiswaarts keert, opgewekt en blij om al het goede dat God heeft gedaan. 

19 Tempel en paleis Salomo 1Na de bouw van de tempel bouwt Salomo een paleis voor zichzelf. Daar doet hij dertien jaar over. Het wordt een groot paleis met een hal, een zuilenhal, een troonzaal om daarin recht te spreken en daarachter een hof met veel woonvertrekken. De constructie van de elke ruimte bestaat ook hier uit op maat gezaagde blokken steen met daarop cederhouten balken. Het hele plafond van de troonzaal is ook van cederhout.

Als Salomo klaar is met de tempel, zijn paleis en nog andere bouwwerken, verschijnt God voor de tweede keer aan hem: “Ik heb je smeekbeden gehoord en de tempel gemaakt tot heilige plaats om er voor altijd te wonen, niets daar zal Mij ontgaan”. 19a God toegenegenEn weer belooft God hem een onwankelbare troon als hij Hem blijft dienen. Maar ook waarschuwt Hij: “Als jullie Mijn geboden niet bewaren, Mij verlaten en andere goden gaan dienen, dan zal Ik jullie verlaten, dan zal Ik de Israëlieten verdrijven van hun grondgebied en dan zal deze tempel een puinhoop worden. Israël zal dan bij alle volken het mikpunt worden van hoon en spot”.

Salomo beloont koning Chiram van Tyrus voor het leveren van grote hoeveelheden ceders, cipressen, sandelhout en goud voor de tempel en zijn paleis. Hij schenkt hem twintig steden in Galilea. Salomo versterkt vele voorraadsteden. Hij legt de Kanaänitische volken die nog in Israël wonen herendiensten op. De Israëlieten zelf dienen hem als soldaten, wagendienaars, ho bedienden, opzichters, enzovoort. Salomo breng drie maal in het jaar brandoffers en vredeoffers op het altaar in de tempel. Hij bezit koper- en turkooismijnen in de Sinaï. Hij laat een vloot bouwen bij Eilat, waarbij koning Chiram hem ervaren zeelui levert om de bemanning bij te staan. Deze vloot haalt voor Salomo veel goud uit Ofir.

In de wijde omgeving rond Israël wordt Salomo’s wijsheid en rijkdom opgemerkt. 20 Salomo Seba 3 BuigtZo hoort ook de koningin van Seba ervan. Het land Seba ligt hoogstwaarschijnlijk in het huidige Ethiopië of in het huidige Jemen. In die omgeving ligt ook Ofir, het land van het goud, waar de vloot van Salomo het goud vandaan haalt. De koningin van Seba gaat naar Salomo om door middel van raadsels te achterhalen of hij echt zo wijs is. Salomo weet op al haar vragen en raadsels een antwoord. Als de koningin al die wijsheid hoort, zijn rijkdom ziet, het optreden van zijn hofhouding opmerkt en ziet hoe Salomo offers brengt in de tempel, is ze buiten zichzelf van bewondering. Het is allemaal nog grootser dan ze heeft gehoord. Ze prijst de God van Salomo “Zijn liefde voor Israël is zo grenzeloos dat Hij u als koning heeft aangesteld om recht en gerechtigheid te handhaven”. De koningin overlaadt hem met veel geschenken: goud, reukwerk, edelstenen en sandelhout. Salomo geeft van zijn kant koninklijke geschenken aan de koningin, zoveel ze maar wil. Na deze ontmoeting keert ze terug naar haar land.

Jaarlijks ontvangt Salomo een enorme hoeveelheid goud. Via winsten van zijn handelaren en via afdrachten van overwonnen landen. Salomo heerst namelijk over alle koningen tussen de Eufraat en de grens met Egypte. 21 Goud 1Hij heeft een handelsvloot die de zeeën bevaart en vele rijkdommen aanvoert. Uit alle delen van de wereld komen elk jaar mensen naar hem toe om te luisteren naar de wijsheid die God hem geeft en zij brengen vele en dure geschenken mee. Van het goud dat hij ontvangt, maakt hij gouden schilden die hij in zijn paleis plaatst. Hij maakt een enorme troon van ivoor, bekleed met goud. Met trappen omgeven met leeuwen. Nooit eerder was er zo’n troon. Het drink- en eetgerei van Salomo is ook van goud. Salomo overtreft alle andere koningen op aarde in rijkdom en wijsheid. Hij bezit enorm veel paarden en wagens. Zijn handelaren kopen dure paarden in Egypte.

Naast de dochter van de farao, heeft Salomo nog veel, veel andere vrouwen: 700 en ook nog 300 bijvrouwen. De meesten van hen zijn buitenlandse vrouwen waarvan God tegen de Israëlieten had gezegd dat zij zich niet met hen mogen inlaten, anders zullen zij hen verleiden hun goden te gaan dienen. 22 Salomo AstarteDat is nu precies het geval met Salomo op latere leeftijd. Op zijn oude dag verleiden zijn vrouwen hem om Astarte, de godin van de Sidoniërs, en Milkom, de god van de Ammonieten, te gaan dienen. Salomo is niet meer met hart en ziel God toegedaan zoals zijn vader David dat wel was geweest. Hij laat zelfs offerplaatsen maken voor de eigen afgoden van al zijn buitenlandse vrouwen. God is woedend op Salomo om zijn ontrouw. Hij had hem nadrukkelijk verboden zich met andere goden in te laten. God vertelt hem dat het koningschap van hem zal worden losgescheurd omdat hij ontrouw is geworden. Omwille van David en Jeruzalem zal dit dat pas na de dood van Salomo gebeuren. God zal zijn zoon niet het hele koningschap ontnemen, één stam zal hij hem laten houden.

God geeft aan Salomo een drietal tegenstanders. De Edomiet Hadad, destijds gevlucht voor David, lid van het koningshuis van Edom, na de dood van David teruggekeerd en nu veel schade toebrengt aan Israël waar Salomo koning is.

Een andere tegenstander van Salomo is Rezon, een weggelopen dienaar van koning Hadadezer van Soba ten tijde van de overwinning van David op Hadadezer. Rezon en zijn kornuiten heersen sinds die tijd in Damascus als koningen over Aram. Zolang Salomo leeft, is Rezon vijand van Israël en brengt hij het land veel schade toe.

23 Salomo TegenstandersEen derde tegenstander van Salomo is zijn eigen dienaar, de Efraïmiet Jerobeam. Hij wordt vanwege zijn goede inzet als opzichter aangesteld bij het dichten van de laatste bres in de Davidsburcht. Deze Jerobeam komt op een gegeven moment de profeet Achia tegen, die hem een boodschap van God overbrengt. Salomo’s koninkrijk zal verdeeld worden en Jerobeam krijgt tien van de twaalf stammen. Achia maakt dit aanschouwelijk door een nieuw kledingstuk in twaalf stukken te scheuren en Jerobeam tien stukken te geven. Deze symboliseren de noordelijke tien stammen van Israël. Achia legt uit waarom dit gebeurt en zegt ook dat de zoon van Salomo één stam zal houden. Want God wil dat er in Jeruzalem, de stad die Hij heeft uitgekozen om daar te wonen, altijd iemand zal zijn van het koningshuis van David. Jerobeam zal koning over Israël worden en God zal zijn koningshuis bestendigen als hij God net zo dient als David dat heeft gedaan. Als Salomo hiervan hoort, wil hij Jerobeam doden, maar deze vlucht naar farao Sisak in Egypte. Hij blijft daar tot de dood van Salomo.

10 Saul David SalomoSalomo sterft na een regeringsperiode van 40 jaar (972 - 932 v. Chr.). Hij regeerde vanuit Jeruzalem over heel het land. Hij wordt begraven in de Davidsburcht. Zijn zoon Rechabeam volgt hem op.

Een meer uitgebreide beschrijving van koning Salomo staat in document "Salomo".

De scheuring van het rijk

Rechabeam wordt in Sichem tot koning uitgeroepen. Tegelijk gaan er boden naar Egypte om Jerobeam op te halen. Jerobeam en de Israëlieten vragen Rechabeam om lastenverlichting, om een minder zwaar juk als dat van zijn vader. 25 Scheuring Israël 1Rechabeam raadpleegt eerst de oudsten die Salomo dienden. Zij adviseren een welwillend antwoord. Rechabeam legt dit advies naast zich neer en raadpleegt vervolgens de jongeren die met hem zijn opgegroeid. Zij adviseren juist een grote verzwaring van de lasten. Rechabeam geeft het volk dit hardvochtig antwoord en geeft daarmee geen gehoor aan de gevraagde verlichting. God beschikt dit zo om de voorzegde scheuring van het rijk in vervulling te doen gaan.

Als het volk het hardvochtig antwoord hoort, willen ze niets meer met Rechabeam van doen hebben. De Israëlieten breken op en Rechabeam blijft alleen koning over de stam Juda. Zo breekt Israël met het koningshuis van David. Jerobeam wordt door de volksvergadering tot koning van Israël uitgeroepen. Rechabeam roept 180.000 krijgsmannen uit Juda en Benjamin op om het koningschap terug te winnen. Maar God laat via de profeet Semaja weten dat ze niet ten strijde moeten trekken omdat het allemaal van Hem is uitgegaan. Ze gehoorzamen en gaan weer naar huis.

Profeten (1)

Voor we met de geschiedenis van de koningen verder gaan, geven we op deze plaats aandacht aan de profeten in het land Israël. In de hiervoor beschreven geschiedenis van de koningen Saul, David en Salomo komen we al enkele profeten. Door hen vraagt de koning God om raad, maar ook geven de profeten raadsbesluiten en oordelen van God door aan de koning. Deze profeten worden veelal ziener van de koning genoemd. De koningen hebben veelvuldig contact met hen. We noemen hier Natan (bij David en Batseba), Gad (bij de volkstelling van David), Achia (tijdens Salomo, de aankondiging van de scheuring van het rijk) en Semaja (bij Rechabeam, deze mag niet strijden tegen Jerobeam).

26 Profeten 1In het vervolg van de geschiedenis van de koningen gaan we de profeten Elia en Elisa tegenkomen. Hun optreden beschrijven we bij de betreffende koningen. Na hen treden de zogenaamde kleine profeten op in het land (Hosea, e.a.). Die zullen we in een afzonderlijke paragraaf beschrijven. Dat is ook het geval met de zogenaamde grote profeten (Jesaja en Jeremia).

Koningen van het Koninkrijk Juda (Tweestammenrijk) 27 Koningen Juda sec

Het koninkrijk bestaat uit de stammen Juda en Benjamin. In totaal regeren er 20 koningen in het Tweestammenrijk Juda in de periode van 345 jaar (931 - 586 v. Chr.). Van twee koningen kan een onverdeeld gunstig getuigenis worden gegeven (Hizkia en Josia). 26a Koningen in de Bijbel WaarEnkelen hebben een groot deel van hun regeringstijd God gediend (Asa en Josafat). De overige koningen doen in het algemeen wat slecht is in de ogen van God. Er zijn koningen die kort regeren (van 3 maanden tot ruim 10 jaar), anderen regeren langere tijd (van 10 tot 55 jaar). We zullen hier van deze koningen een beknopte beschrijving geven. In document "Koningen van Juda" (zie later) geven we een iets bredere beschrijving van de koningen. De opvolging van het koningschap is bijna altijd van vader op zoon.

931 Rechabeam - Regeert 17 jaar.     Goede beginjaren, wordt algauw ontrouw, God straft via farao Sisak. Rechabeam doet wat slecht is, want zijn hart is niet gericht op God. Oorlog met Jerobeam.

914 Abiam - Regeert 3 jaar.     Abiam bedrijft dezelfde zonden als zijn voorouders. Veldslag tegen Jerobeam van Israël. Abiam zoekt toch hulp bij God. Juda verslaat Israël.28 Tyrus 2

911 Asa - Regeert 41 jaar.     Eerste tien jaar vrede. Asa doet wat goed is in de ogen van God. Egypte valt Juda aan. God geeft Asa een overweldigende overwinning. De profeet Azarja spoort het volk aan God te blijven dienen. Asa blijft steeds het goede nastreven. Koning Basa van Israël valt het land binnen. Asa zoekt steun bij koning Benhadad van Aram in plaats van bij God. Dit veroordeelt God via de profeet Chanani. Asa keert zich in zijn laatste jaren in boosheid tegen God.

870 Josafat - Regeert 22 jaar.     Josafat zoekt zijn heil bij God, gehoorzaamt Hem, verkrijgt roem, rijkdom en macht. 29 Josafat 1Zijn zoon Joram trouwt met Atalia, de dochter van Achab en Izebel. Josafat en Achab trekken samen op tegen Aram. Profeten van beide partijen raadplegen God. Tegenstrijdige adviezen. Achab sneuvelt in de strijd. God keurt samenwerking met Achab af. Moabieten en Ammonieten trekken op tegen Juda. God zorgt zonder strijd voor de overwinning. Josafat heeft de offerplaatsen altijd laten bestaan.

848 Joram - Regeert 7 jaar.     Joram trouwt met Atalja, dochter van koning Achab van Israël. Joram vermoordt zijn zes jongere broers en enkele leiders van het volk. Hij doet wat slecht is in de ogen van God. Bouwt zelfs offerhoogten op de bergen en verleidt zo het volk tot ontrouw. Gods oordeel komt als de Filistijnen en Edomieten Juda binnentrekken. Alles uit het paleis en alle vrouwen en kinderen worden meegenomen. Joram sterft een gruwelijke dood.30 Atalja Stamboom 1

841 Achazja - Regeert 1 jaar.     Achazja doet wat slecht is in de ogen van God, aangezet door zijn moeder Atalja. Strijdt samen met Joram, koning van Israël, tegen koning Hazaël van Aram. Jehu roeit op God's bevel het huis van Achab uit. Jehu doodt ook Achazja, zijn oomzeggers en de leiders van Juda. Daarop doodt Atalja alle kinderen van de koninklijke familie van Juda. Alleen Joas wordt door zijn tante Jehosabat gered en verborgen gehouden, samen met haar man, de priester Jojada.31 Atalja1

841 Atalja - Regeert 6 jaar.     Atalja zet de afgodendienst voort en voert de oude Baäl-cultus weer in. Na zes jaar voert priester Jojada met het volk een staatsgreep uit. De verborgen Joas wordt tot koning van Juda gekroond. Atalja wordt gevangengenomen en buiten het tempelterrein ter dood gebracht.

835 Joas - Regeert 39 jaar.     Jojada vernietigt de tempel van Baäl en doodt de Baäl-aanbidders. Hij herstelt de tempeldienst en belooft samen met volk en koning God weer te zullen gaan dienen. Het volk brengt een enorme hoeveelheid zilver bijeen voor de tempeldienst. Na de dood van Jojada gaat Joas helaas weer de tempeldienst verwaarlozen en de afgoden dienen. Als straf vallen de Arameeërs het land binnen en verslaan het omvangrijke leger van Juda. Joas raakt gewond en wordt op zijn ziekbed door zijn hovelingen vermoord.

796 Amasja - Regeert 15 jaar.     Amasja doet wat goed is in de ogen van God, maar niet van harte. Voert strijd tegen de Edomieten. Overwint en brengt hun godenbeelden naar Jeruzalem, knielt ervoor neer en brengt ze offers. Waarschuwingen van een door God gezonden profeet slaat hij in de wind. De profeet voorzegt hem zijn ondergang. Amasja daagt Joas, koning van Israël, uit tot een krachtmeting. Juda verliest de strijd. Vanwege ontrouw aan God wordt Amasja door samenzweerders gedood.

781 Uzzia - Regeert 42 jaar.     Uzzia doet wat goed is in de ogen van God. 32a Uzzia Melaats 2Onder zijn raadgever Zecharja is er van alle kanten voorspoed. Op het toppunt van zijn macht wordt Uzzia echter hoogmoedig. Dit leidt tot zijn ondergang. Hij wil zelf de tempel binnengaan om een reukoffer te brengen. Tegen deze overtreding protesteren de priesters hevig, waarna Uzzia tegen hen tekeergaat. Op dat moment straft God hem met een huidziekte die onreinheid veroorzaakt. Tot aan zijn dood leeft Uzzia in afzondering. Zijn zoon Jotam neemt intussen het landsbestuur waar.

739 Jotam - Regeert 4 jaar.     Jotam doet wat goed is in de ogen van God. De Judeeërs echter blijven doorgaan met hun verfoeilijke praktijken. Jotam voert diverse bouwwerken uit. Hij voert met succes oorlog tegen de Ammonieten. Jotam richt zich heel zijn leven op God.32 Achaz Profeet Oded tekst

735 Achaz - Regeert 19 jaar.     Achaz doet wat slecht is in de ogen van God, maakt afgodsbeelden en offert zelfs zijn zonen aan Baäl. God levert Juda uit aan de Arameeërs. Die verslaan Achaz. Daarna levert God Juda uit aan de koning Pekach van Israël die een grote overwinning behaalt. Op aangeven van de profeet Oded moet Pekach de gevangenen weer terugsturen naar Juda. Als straf van God doen ook Edomieten en Filistijnen invallen in Juda. In plaats van gevraagde hulp valt Assyrië Achaz zelf aan. Achaz tergt God door nog meer afgodendienst en door vernieling en sluiting van de tempel.

NB - 722 Israël in ballingschap weggevoerd naar Assyrië

In 722 wordt het tienstammenrijk Israël in ballingschap weggevoerd naar Assyrië. We zullen dit hierna zien bij de beschrijving van de koningen in het Koninkrijk Israël. Juda wordt pas 136 jaar later in ballingschap weggevoerd (in 586 naar Babel).

716 Hizkia - Regeert 29 jaar.     Hizkia doet wat goed is in de ogen van God. Herstelt tempel, tempeldienst, priesterdienst en de pesachviering. 33 Hizkia 1Het gaat Hizkia voorspoedig nu hij vol overgave de dienst aan God weer heeft hersteld. Inmiddels valt koning Sanherib van Assyrië het land binnen en dreigt Jeruzalem aan te vallen. Hizkia neemt voorzorgsmaatregelen en bidt, samen met de profeet Jesaja, om de hulp van God. Een engel van God verdelgt het leger van Sanherib. Hizkia krijgt daarna vele jaren rust en aanzien. Als Hizkia dodelijk ziek wordt, belooft God hem nog 15 jaren van leven. In die laatste jaren onderneemt Hizkia nog veel, wordt een vermogend man en slaagt daarbij in alles.

687 Manasse - Regeert 45 jaar.     Manasse doet wat slecht is in de ogen van God, de afgodendienst van Baäl weer in, doet teniet alles wat zijn vader Hizkia had hersteld en offert zijn zonen. Vermaningen van God slaat hij in de wind. Dan komt het leger van Assyrië, neemt hem gevangen en voert hem af naar Babel. Manasse verootmoedigt zich voor God en bidt tot Hem. God brengt hem terug naar Jeruzalem en herstelt hem in zijn macht. Dan erkent Manasse zijn God. Hij verwijdert alles van de afgodendienst, brengt de tempeldienst in orde en draagt Juda op God te dienen.

642 Amon - Regeert 2 jaar.     Amon gaat verder in het slechte spoor van zijn vader in diens eerste regeringsperiode. Hij maakt het zelfs nog erger. Zijn hovelingen vermoorden hem.

640 Josia - Regeert 31 jaar.     Josia is godvrezend, doet wat goed is in de ogen van God. Verwijdert rigoureus alles van de afgodendienst, herstelt de tempel en de tempeldienst. 34 Josia 1De priester Chilkia vindt een boekrol met de wet van Mozes. Josia laat uit de boekrol voorlezen. Josia schrikt en begrijpt dat God erg boos moet zijn, want zijn voorvaderen hebben zich niet aan de wet gehouden. De profetes Chulda bevestigt dit. God zal onheil brengen. Josia zelf zal in vrede sterven, omdat hij God heeft gediend. Hij roept het volk op God te dienen. Zolang Josia leeft blijven ze God trouw. Josia sterft als hij in een strijd met farao Necho II zwaargewond raakt.

35 Babylonië 575 v. ChrDit gebeurt in een tijd dat de wereld in het Midden-Oosten sterk is verstoord. De Meden en de Babyloniërs brengen het Assyrische Rijk ten val. Farao Necho II van Egypte trekt met een leger naar het Noorden om de Assyriërs te steunen tegen de Babyloniërs. Josia kiest de kant van de Babyloniërs en probeert Necho II tegen te houden bij Megiddo. Necho wint de veldslag en Josia sneuvelt.

609 Joachaz - Regeert 3 maanden.     Necho II zet Joachaz af en vervangt hem door diens broer Jojakim. Necho II lijdt in 605 in de slag bij Karkemish aan de Eufraat een zware nederlaag tegen Nebukadnessar II van Babel. Hierna verovert Babylonië Syrië en Palestina. Joachaz wordt meegevoerd naar Egypte en sterft daar.

609 Jojakim - Regeert 11 jaar.     Jojakim doet wat slecht is in de ogen van God. Koning Nebukadnessar II van Babel valt Juda aan, neemt Jojakim gevangen en voert hem weg naar Babel. Onder de weggevoerden bevinden zich ook Daniël en zijn vrienden.

598 Jojachin - Regeert 3 maanden.     Jojachin doet wat slecht is in de ogen van God. Nebukadnessar laat hem, samen met nog anderen (waaronder Ezechiël), naar Babel brengen en stelt zijn oom Sedekia aan als koning van Juda. Na bijna veertig jaar ballingschap krijgt Jojachin gratie. Hij wordt ontslagen uit de gevangenis en krijgt een bevoorrecht leven aan het hof van Babel.

597 Sedekia - Regeert 11 jaar.     Sedekia doet wat slecht is in de ogen van God. Zelfs als de profeet Jeremia op Gods bevel hem waarschuwt, weigert hij zich te bekeren. Ook het weigert zich te bekeren. De boosheid van God wordt zo groot, dat niets het volk meer kan redden. Bovendien komt Sedekia in opstand tegen de koning van Babel. Juda gaat in ballingschap.

586 Juda in ballingschap weggevoerd naar Babel

37 Ballinschap 2God stuurt Nebukadnessar op Juda af. Door een langdurige belegering van Jeruzalem ontstaat er grote hongersnood. Bij de inname vindt er een slachting onder het volk plaats. De tempel wordt leeggeroofd en in brand gestoken en de muren van Jeruzalem worden neergehaald. Ook de paleizen met al hun kostbaarheden gaan in vlammen op. De zonen van Sedekia worden voor zijn ogen afgeslacht, zijn ogen worden uitgestoken en hij wordt geboeid afgevoerd naar Babel. De Judeeërs die zijn ontkomen aan de slachting, worden als slaven weggevoerd naar Babel. Zo gaat in vervulling wat God via Jeremia heeft voorzegd. Het land blijft 70 jaar braak liggen en heeft rust, totdat alle niet in acht genomen sabbatsjaren vergoed zijn.

In document "Koningen van Juda" geven we een iets bredere beschrijving van de koningen, in een tekstdocument en in een presentatie. Het tijdschema rond de Ballingschap staat in document "Tijdbalk koningen en profeten". (link tijdbalk profeten werkblad)

Koningen van het Koninkrijk Israël (Tienstammenrijk)

In totaal regeren er 19 koningen in het Tienstammenrijk Israël in de periode van 209 jaar (931 - 722 v. Chr.). 25 Scheuring Israël 1Vrijwel alle koningen zondigen net als Jerobeam, de eerste koning. 26a Koningen in de Bijbel WaarVanaf het begin is er een eigen cultus, de verering van Baäl. God stuurt vele profeten naar Israël, waaronder de krachtige profeten Elia en Elisa. Het optreden van hen heeft heilzaam gewerkt. Er zijn 9 koningen die kort regeren (enkele dagen tot 12 jaar), anderen regeren langere tijd (van12 tot 28 jaar). Alleen de sterke koning Jerobeam II regeert langer (41 jaar). We zullen hier van deze koningen een beknopte beschrijving geven. In document "Koningen van Israël" (zie later) geven we een iets bredere beschrijving van de koningen. De opvolging van het koningschap is in het begin van vader op zoon. Later is er veelal opvolging door een ander.

931 Jerobeam - Regeert 21 jaar.     40 Jerobeam 1Om te voorkomen dat het volk naar de tempel in Jeruzalem blijft gaan, laat Jerobeam twee gouden stierkalveren maken en plaatst die in Betel en Dan. Zo vervalt het volk tot zonde. Een Godsman uit Juda waarschuwt, maar Jerobeam blijft volharden in zijn zonde, ook als de Godsman een slechte voorspelling doet en dit met een teken staaft. De profeet Achia voorzegt de uitroeiing van heel het koningshuis van Jerobeam.

910 Nadab - Regeert 1 jaar.     Nadab doet wat slecht is in de ogen van God. Basa, uit de stam Issachar, beraamt een aanslag en doodt hem. Basa wordt koning in zijn plaats.41 Koningen Israël sec

909 Basa - Regeert 23 jaar.     Basa doet wat slecht is in de ogen van God in navolging van Jerobeam. Basa laat heel de familie van Jerobeam uitmoorden. De profeet Jehu voorspelt het einde van zijn koningshuis.

886 Ela - Regeert 1 jaar.     Ela doet wat slecht is in de ogen van God in navolging van Jerobeam. Ela wordt tijdens een drinkgelag door zijn bevelhebber Zimri vermoord.

885 Zimri - Regeert 7 dagen.     Zimri wordt koning na zijn moord op Ela. Hij laat het hele koningshuis van Basa ter dood brengen. Het leger hoort van de moord van Zimri op koning Ela en roept nu hun bevelhebber Omri uit tot koning. Het leger bedreigt Zimri. Deze komt om bij een paleisbrand.

885 Omri - Regeert 11 jaar.     Omri koopt een berg bij Betel en bouwt er de stad Samaria. Omri doet wat slecht is in de ogen van God, nog slechter dan zijn voorgangers.

874 Achab - Regeert 21 jaar.     Achab, zoon van Omri, doet wat slecht is in de ogen van God. 42 Achab 1Trouwt met Izebel, dochter van de koning van Tyrus. Izebel zet Achab aan tot de verering van Baäl, Asjera en Astarte. God straft Achab en het land door de komende jaren geen regen te geven.

De profeet Elia vertelt dit aan koning Achab. Elia zelf wordt tijdens de droogte door God van eten en drinken voorzien in een wadi bij de Jordaan. 43 Elia en de RavenRaven brengen hem daar eten. Als de Jordaan droogvalt, laat God hem naar een weduwe in Sarefat gaan, die hem van voedsel zal voorzien. De weduwe heeft daar moeite mee in deze tijd van droogte. Elia belooft haar dat meel en olie niet zullen opraken tot er weer regen valt. Bij de weduwe gebeurt het wonder dat haar gestorven zoontje door Elia weer wordt opgewekt. Na drie jaar moet Elia naar Achab gaan om regen aan te kondigen. Intussen is de hongersnood in Samaria zo groot dat Achab en zijn hofmeester Obadja ieder afzonderlijk op zoek zijn gegaan naar gras voor het vee. Obadja heeft groot ontzag voor God en heeft in de afgelopen periode toen Izebel de profeten van God liet uitroeien, honderd van deze profeten in grotten verborgen en van eten en drinken voorzien. Deze Obadja ontmoet Elia tijdens zijn zoektocht. Obadja moet aan Achab vertellen dat Elia er aan komt. Achab gaat Elia tegemoet en verwijt hem Israël in het ongeluk te hebben gestort. Maar Elia geeft aan dat Achab dat zelf heeft gedaan door Gods geboden te negeren en Baäl te vereren. 44 Elia Vuur secElia daagt Achab uit om op de berg Karmel een beslissende ontmoeting te hebben tussen de priesters van Baäl en de God van Elia. Ruim achthonderd priesters komen, samen met het bijeengeroepen volk, naar de Karmel. Uit een test met brandstapels moet de ware God blijken. Op de brandstapels leggen ze een offerdier. Het hout wordt niet aangestoken. De priesters roepen Baäl aan, maar die antwoord niet met vuur. Elia roept God aan en vuur uit de hemel ontsteekt het hout en verteert alles. Het volk erkent met ontzag dat dit de ware God is. Op bevel van Elia worden alle Baäl-priesters door de Israëlieten gedood. Elia wacht op de komende regen. Een klein wolkje verschijnt en daarna barst er een enorme regenbui los.

Als Izebel hoort van het doden van de Baäl-priesters, laat ze Elia weten hem te zullen doden. Elia vlucht en komt uiteindelijk met Gods hulp aan bij de berg Horeb in de Sinaïwoestijn, de berg van God. Daar verschijnt God aan hem in een zachte bries. Elia spreekt met God over zijn leven en over de dreiging van Izebel. Elia krijgt de opdracht terug te keren. Hij moet daar Hazaël zalven tot koning van Aram, Jehu tot koning van Israël en Elisa tot zijn opvolger. Deze drie zullen zorgen voor het uitroeien van de Israëlieten die de Baäl hebben gediend. Er zullen weinigen in leven blijven. 45 Elia en Elisa overdracht van de mantelElisa is aan het ploegen als Elia hem ontmoet. Elia gooit zijn mantel over hem heen en wijst hem daarmee aan als zijn opvolger. Nadat Elisa afscheid van zijn ouders heeft genomen, volgt hij Elia.

In de komende jaren valt Aram het land aan. Tot driemaal toe is er oorlog. Vele onderhandelingen vinden plaats, waarbij God via een profeet aanwijzingen geeft aan Achab. Tot tweemaal toe verliest koning Benhadad van Aram de strijd. Achab gaat een verdrag met hem aan en laat hem gaan. Dit neemt God hem kwalijk en laat Achab weten dat nu zijn leven en dat van zijn volk zal worden genomen in plaats van dat van Benhadad.

In deze periode neemt koning Achab, opgehitst door zijn vrouw Izebel, op onrechtmatige wijze de wijngaard van zijn buurman Nabot in bezit. Elia spreekt namens God een onheilspellend oordeel uit over Achab en Izebel. Vanwege al hun zonden en gruwelijkheden in hun leven zal heel het koningshuis worden weggevaagd. Izebel zal door honden worden verslonden. Achab toont berouw en krijgt de toezegging dat het onheil niet tijdens zijn leven zal plaatsvinden. Na twee jaar rust komt Achab weer in oorlog met Aram. Deze keer samen met Josafat, koning van Juda. Samen voeren ze oorlog tegen Aram om Ramot in Gilead te heroveren. Hierbij slaan ze het advies van de profeet Micha in de wind. In de strijd wordt Achab door een pijl getroffen en sterft.

853 Achazja - Regeert 1 jaar.     Achazja doet wat slecht is in de ogen van God. Hij vereert Baäl. Achazja raakt zwaargewond bij een val uit een raam. Hij stuurt boden om Baäl te vragen of hij het zal overleven. Zij komen Elia tegen die hen verwijt dat ze naar Baäl gaan en in plaats van naar God. Soldaten moeten Elia ophalen. Tot tweemaal toe worden vijftig man door vuur uit de hemel verteerd. Uiteindelijk vertelt Elia zelf aan Achazja dat hij als straf zal sterven.

Elia en Elisa gaan samen naar Betel. 46 Elia Overdracht 1Elia, die weet dat hij door God van Elisa zal worden weggenomen, wil niet dat Elisa meegaat, maar die staat erop. Hetzelfde gebeurt als Elia naar Jericho wil en daarna naar de Jordaan. Elia splijt met zijn mantel het water van de Jordaan, zodat beiden kunnen oversteken. Daar wordt Elia in een stormwind door een wagen van vuur meegevoerd naar de hemel. Een latere poging van profeten om hem te vinden, levert niets op. Elisa krijgt een dubbel deel van de geest van Elia. Met de mantel van Elia splijt ook hij het water van de Jordaan.

Elisa doet als eerste daad enkele wonderen uit naam van God. Hij maakt het water van Jericho weer gezond en hij laat berinnen een groep kinderen verscheuren die hem uitlachen en uitschelden.

852 Joram - Regeert 11 jaar.     Joram, broer van Achazja, doet ook wat slecht is in de ogen van God, maar gaat daarin minder ver dan zijn ouders. De koning van Moab komt in opstand. Hij weigert nog langer vee als schatting aan Israël te leveren. Joram vraagt aan koning Josafat van Juda samen met hem en met Edom tegen Moab te strijden. Zij raadplegen vooraf Elisa, die namens God aangeeft wat men moet doen. Moab verliest de strijd.30 Atalja Stamboom 1

De profeet Elisa verricht opnieuw wonderen. Hij helpt een arme weduwe aan veel bakolie die ze kan verkopen om haar schulden te betalen. 47 Elisa 2aEen vrouw uit Sunem biedt Elisa regelmatig onderdak. Zij en haar man hebben geen zoon. Een later toch geboren zoon sterft echter weer. Elisa brengt de jongen weer tot leven. Een andere keer maakt Elisa tijdens een hongersnood bedorven eten weer gezond. Weer een andere keer zorgt Elisa als een wonder voor meer dan voldoende eten voor een groep van honderd profeten. Ook geneest Elisa bevelhebber Naäman uit Aram van zijn huidziekte door hem te laten baden in de Jordaan. Op een andere dag helpt Elisa een profetengemeenschap een in het water gezonken geleende bijl naar boven te halen. In een oorlog van Aram tegen Israël speelt Elisa een grote rol. Hij voorzegt waar invallen worden gedaan, tot grote ergernis van Aram. Als de Arameeërs op hem afkomen om hem gevangen te nemen, redt God hem door hen blind te maken. Bij een latere langdurige belegering van Samaria komt God via Elisa te hulp als de hongersnood groot is. De door Elisa voorzegde uitredding vindt plaats. Zelfs in Aram speelt Elisa een rol. Koning Benhadad is ziek en stuurt Hazaël naar Elisa om te vragen of hij beter zal worden. Elisa voorspelt de dood van de koning. Tegelijk zegt Elisa tegen Hazaël dat hij koning van Aram zal worden en voorspelt dat hij het volk Israël groot onheil zal brengen. Thuisgekomen brengt Hazaël koning Benhadad om het leven en wordt zelf koning in zijn plaats. Elisa geeft inmiddels één van de profeten opdracht om Jehu tot koning van Israël te zalven. De profeet zalft Jehu tot koning en geeft hem de opdracht het koningshuis van Achab uit te roeien. Als Jehu dit vertelt aan zijn mede-bevelhebbers, blazen die op de ramshoren en roepen "Jehu is koning".

841 Jehu - Regeert 27 jaar.     Jehu beraamt een complot tegen Joram. 48 Jehu IzebelHij brengt niet alleen Joram om het leven, maar ook koning Achazja van Juda. Hierna gaat Jehu naar Izebel en laat haar uit het venster gooien. Zij komt op een gruwelijke manier om het leven. Jehu roeit het koningshuis en het hof van Achab uit. Ook doodt Jehu alle Baäl-dienaren. Hij laat echter de stierkalveren in Betel en Dan ongemoeid. Aram verovert vele gebieden in Israël en begaat daar grote gruwelijkheden tegen de inwoners, zoals voorspeld door Elisa.

814 Joachaz - Regeert 16 jaar.     Deze zoon van Jehu doet wat slecht is in de ogen van God, hij breekt niet met de zondige praktijken. God straft Israël via voortdurende onderdrukking door Aram. Na berouw geeft God een bevrijder, maar het volk blijft volharden in zondige praktijken.

798 Joas - Regeert 16 jaar.     Ook Joas doet wat slecht is in de ogen van God, hij breekt niet met de zondige praktijken. Joas herovert de door Aram bezette gebieden.

49 Elisa 1Tijdens de regering van Joas wordt de profeet Elisa ziek, hij ligt op sterven. Koning Joas zoekt hem huilend op. Elisa geeft Joas te kennen dat hij de overwinning op Aram zal behalen. Want God krijgt medelijden met Israël vanwege het verbond met de voorvaderen. God wil Israël niet uitroeien of verstoten. Elisa sterft en wordt begraven.

783 Jerobeam II - Regeert 41 jaar.     Hij doet wat slecht is in de ogen van God, hij zet de zondige praktijken voort. Jerobeam herstelt de oostgrens van het land. God ziet de ellende van het volk aan en wil niet dat Israël wordt weggevaagd. Ook andere gebieden worden heroverd.

742 Zecharja - Regeert slechts zes maanden.     Ook Zecharja doet wat slecht is in de ogen van God. Bij een samenzwering door Sallum wordt Zecharja gedood. Hiermee komt een einde aan het koningshuis van Jehu.

742 Sallum - Regeert slechts één maand.     Menachem grijpt naar de macht, verslaat Sallum en doodt hem. Menachem wordt koning in zijn plaats.

742 Menachem - Regeert 10 jaar.     Menachem doet wat slecht is in de ogen van God. In zijn tijd valt Assyrië het land binnen. Menachum koopt Assyrië af en legt vermogende Israëlieten een schatting op. Assyrië trekt zich terug en bezet het land niet.

732 Pekachja - Regeert 3 jaar.     Pekachja doet wat slecht is in de ogen van God. Zijn adjudant Pekach beraamt een samenzwering tegen hem, doodt hem en wordt koning in zijn plaats.

729 Pekach - Regeert 2 jaar.     Pekach doet wat slecht is in de ogen van God. Opnieuw valt Assyrië het land binnen. Koning Tiglatpileser verovert diverse steden en gebieden en voert de bewoners daarvan als ballingen mee naar Assyrië. Hosea, de zoon van Ela, beraamt een samenzwering tegen Pekach, doodt hem en wordt koning in zijn plaats.

727 Hosea - Regeert 5 jaar.     Hosea doet wat slecht is in de ogen van God, maar gaat daarin minder ver dan zijn voorgangers. Koning Salmanassar van Assyrië voert oorlog tegen Hosea en onderwerpt hem. Hij wordt schatplichtig. Hosea spant samen met de farao van Egypte en draagt geen schatting meer af. Salmanassar neemt Hosea gevangen en belegert Samaria. Na drie jaar neemt hij de stad in en voert de Israëlieten als ballingen mee naar Assyrië.

722 Israël in ballingschap weggevoerd naar Assyrië

De wegvoering in ballingschap is de straf die God aan de Israëlieten oplegt omdat ze hebben gezondigd tegen hun God die hen uit Egypte had bevrijd. 50 Ballinschap 3Ze zijn andere goden gaan vereren, volgen de levenswijze van andere volken, houden er zelfgemaakte bepalingen op na, bouwen overal offerplaatsen en brengen daar offers voor vreemde goden. Hiermee tergen ze God, hoewel God hen die praktijken uitdrukkelijk verbood. Ze weigeren keer op keer te luisteren naar vermaningen van profeten om zich te bekeren. Ze doen niet anders dan wat slecht is in de ogen van God. Nu is God woedend en verstoot Israël. De koning van Assyrië stuurt vreemde volken naar het gebied van Samaria om daar te wonen in plaats van de Israëlieten. Hij stuurt een weggevoerde priester terug naar Samaria om de mensen daar de regels van God te onderwijzen. Zij blijven weliswaar hun eigen goden dienen, maar daarnaast vereren zij ook God en stellen eigen priesters aan voor de tempeldiensten.

In document "Koningen van Israël" geven we een iets bredere beschrijving van de koningen, in een tekstdocument en in een presentatie. Het tijdschema rond de Ballingschap staat in document "Tijdbalk koningen en profeten". 

Profeten (2)

In de voorgaande beschrijvingen kwamen we, onder Profeten (1), al een aantal profeten tegen (zieners of godsmannen). Natan (bij David en Batseba), Gad (bij de volkstelling van David), Achia (tijdens Salomo, de aankondiging van de scheuring van het rijk) en Semaja (bij Rechabeam, deze mag niet strijden tegen Jerobeam). Bij koning Asa van Juda treden de profeten Azarja (bemoediging) en Chanani (veroordeling) op. Ook werd het optreden van de profeten Elia en Elisa al beschreven. Via al deze profeten vragen de koningen God om raad, maar ook geven deze profeten raadsbesluiten en oordelen van God door aan de koning. Er zijn honderden profeten geweest, over slechts enkelen hebben we informatie.

Na het optreden van Elia en Elisa treden nog vele andere profeten op. Profeten vóór, tijdens en na de Ballingschap. Dit zijn de zogenaamde grote en kleine profeten. We zullen deze profeten hier per groep in chronologische volgorde beschrijven. De profeten Ezra en Nehemia spelen een rol bij de terugkeer uit de Ballingschap.

Een overzicht van al deze profeten, in samenhang met de koningen van Juda en Israël, wordt gegeven in document "Tijdbalk koningen en profeten".

De grote profeten

Tot de grote profeten behoren Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël. God bestemt hen tot woordvoerders van Hem. Hun boodschappen geven inzicht in Gods wil en plan. Die zijn voorspellend en soms als aansporing bedoeld (een oproep, uitnodiging of vertroosting). 55 Profeten Groot 1Ze zijn bemoedigend, uitdagend of waarschuwend. De profeten treden op als leraars (leven naar de Wet van Mozes), als zieners (vertellen komende oordelen en verlossingen) en als wachters (in woelige politieke omstandigheden). De grote profeten roepen op terug te keren naar God, te leven naar Zijn wetten en in te zien dat ongehoorzaamheid rampspoed brengt. Maar ze vertellen ook dat er verlossing komt en geven aan dat God de wereldheerser is.

Jesaja profeteert tijdens de regering van de koningen Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia van Juda. 56a Jesaja Rafaël kopieJesaja woont en werkt in Jeruzalem en heeft vrouw en kinderen. God roept hem om Zijn woordvoerder te zijn. Het Bijbelboek Jesaja kent drie verschillende delen. In deel 1 (Jes. 1-39) roept Jesaja Juda op om terug te keren naar het dienen van God. In deel 2 (Jes. 40-55) profeteert hij over de situatie in de komende Ballingschap van Juda. In deel 3 (Jes. 56-56-66) voorzegt hij moeiten en bemoedigingen in de tijd na de terugkeer uit de Ballingschap. Jesaja doet ongeveer 60 jaar dienst als profeet.

Jeremia profeteert tijdens Josia, Joachaz, Jojakim, Jojachin en Sedekia, koningen van Juda. Hij is een priesterzoon en wordt al jong door God tot profeet geroepen, ook al vindt hij zichzelf te jong. Jeremia moet ongehuwd blijven. Hij leeft in de tijd rond de verovering en val van Juda en Jeruzalem in 586 v. Chr. Ook het Bijbelboek Jeremia kent drie verschillende delen. Deel 1 - Jeremia profeteert tegen Juda en Israël en zegt veel over zichzelf (Jer. 1-25). Deel 2 - Zijn toespraken en belevenissen rond de ondergang van Juda (Jer. 26-45). Deel 3 - Profetieën tegen omringende vijandige volken, val Jeruzalem en wegvoering (Jer. 46-51). 57 JeremiaJeremia moet vaak symbolische handelingen bij zijn boodschappen gebruiken (zoals het dragen van een juk), maar de koningen en het volk luisteren niet. Jeremia vindt zelf dat hij als profeet faalt, is armoedig, eenzaam en komt een aantal keren in de gevangenis. Wordt zelfs eens in een put gegooid. Deze "wenende profeet" ondervindt veel tegenstand maar blijft trouw God gehoorzamen. Naast waarschuwingen over Gods oordeel, geeft hij ook hoop op herstel door inkeer. Jeremia wordt na de inneming van Jeruzalem meegevoerd naar Babel, maar krijgt in Rama zijn vrijheid terug en mag kiezen tussen blijven of meegaan naar Babel. Hij kiest voor het eerste. Enkele honderden Judeeërs worden weggevoerd naar Babel. Een groep achtergebleven volksgenoten vlucht naar Egypte. Jeremia wordt tegen zijn zin meegenomen. Hij zal in Egypte zijn gestorven. Jeremia doet ongeveer 40 jaar dienst als profeet.

Ballingschap

Jeremia leeft in de tijd rond de verovering en val van Juda en Jeruzalem. Onder de weggevoerden naar Babel zijn ook Daniël en Ezechiël (zie hierna). Zoals vorige profeten al hebben aangegeven, is de wegvoering in ballingschap de straf die God aan de Israëlieten oplegt. Ze hebben namelijk gezondigd tegen hun God die hen uit Egypte had bevrijd, vereren andere goden en brengen offers aan de vreemde goden. Hiermee tergen ze God, hoewel God hen die praktijken uitdrukkelijk verbood. Ze weigeren keer op keer te luisteren naar vermaningen van profeten. Ze doen niet anders dan wat slecht is in de ogen van God. Nu is God woedend en verstoot Israël en Juda.

De ballingen in Babel blijven als volk bij elkaar wonen. Ze hebben eigen oudsten, overheden en ceremoniële wetten. Dit heeft God via Jeremia ook zo aangegeven: "Bouw huizen en ga daarin wonen, leg tuinen aan en eet van de opbrengst, ga huwelijken aan en verwek zonen en dochters. Jullie moeten in aantal toenemen. Bid voor de stad waarheen ik jullie weggevoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei". Wel leven ze erg bedrukt, ver weg van hun eigen land en vanwege de verwoesting van Jeruzalem en de tempel. Dit is aanleiding tot klagen en treuren. Jeremia heeft voor de Ballingen een "begrafenislied" geschreven: Klaagliederen

Het Bijbelboek Klaagliederen bevat vijf klaagzangen waarin wordt geklaagd en getreurd over de verwoesting van Jeruzalem. Jeremia roept op tot gebed om verlossing en herstel. God is rechtvaardig in Zijn oordeel, maar kent ook mededogen.

58 Ezechiël 1Ezechiël wordt bij de wegvoering onder koning Jojachin naar Babel gebracht. Hij heeft een eigen huis en gezin en profeteert daar onder de weggevoerden. Hij moet de ballingen ervan overtuigen dat zij de kern zijn waaruit God Zijn volk weer zal doen herleven. Ezechiël legt uit dat verwoesting en ballingschap straf op hun zonde is, maar dat er hoop is door Gods belofte van terugkeer naar Jeruzalem en herstel van Juda en Israël.

Daniël en zijn vrienden Sadrach, Mesach en Abednego zijn samen met koning Jojakim naar Babel weggevoerd. 59 Daniël 1aDaniël leeft niet onder de ballingen, maar verkeert aan het hof van koning Nebukadnessar. Hij en zijn vrienden zijn uit de jonge ballingen gekozen als geschikt om dienst te doen aan het hof. God zegent hen rijkelijk. Daniël heeft gaven om dromen en visioenen uit te leggen. In zijn leven zien we Gods machtige gezag en Gods beschermende hand. Het boek Daniël bevat zes bijzondere gebeurtenissen (bijvoorbeeld de redding uit de leeuwenkuil) en vier visioenen (over de wereldmachten).

In de profetische boeken van de grote profeten staan veel profetieën over de komende Messias Jezus. God wil Israël noch enig ander land of volk laten vergaan. Maar elk mens is vanaf de geboorte zondig. Daarom geeft God een manier om de zonden te verzoenen. Hij belooft een Messias en alleen wie Hem aanvaardt zal het Koninkrijk van God binnengaan.

De kleine profeten

De kleine profeten zijn bekend onder de reeks Hosea-Joël-Amos-Obadje-Jona-Micha-Nahum-Habakuk-Sefanja-Haggaï-Zacharia-Maleachi. In deze volgorde zijn ze opgenomen in de Bijbel. Wij zullen ze beschrijven in chronologische volgorde, dus in de tijdsvolgorde van hun optreden (vanaf Jona). De (zeer beknopte) beschrijving van de kleine profeten is onderdeel van de presentatie "Profeten in Israël en Juda" (zie hierna).63b Jona geheel

De tijdsvolgorde van alle profeten is aangegeven in de tijdbalk via de documenten "Tijdbalk koningen en profeten Juda en Israël". en "Tijdbalk koningen en profeten Overzicht". De beschrijving van alle profeten is samengevat in de presentatie "Profeten in Israël en Juda"

Terugkeer uit de Ballingschap

Na 70 jaar moet een deel van de ballingen terugkeren naar Kanaän. De Perzische koning Cyrus geeft namelijk opdracht de tempel te herbouwen. God heeft hem, als voorzegd door de profeet Jeremia, hiertoe aangezet. Onder leiding van Jozua en Zerubbabel keren 200.000 Judeeërs terug. Zerubbabel is kleinzoon van koning Jojachin die aan het hof verblijft. Cyrus geeft de tempelgereedschappen mee terug. 67 Tempel Herbouw 1De achterblijvers in Perzië moeten geschenken meegeven voor de herbouw. In Jeruzalem beginnen zij met de herbouw van de tempel. Als eerste de bouw van het brandofferaltaar voor de dagelijkse offers. Dan vieren ze het Loofhuttenfeest en leggen de fundamenten. De in het land wonende Samaritanen krijgen geen toestemming mee te helpen. Zij maken nu de bouw zo moeilijk dat het werk stil komt te liggen. Jaren later, op aandrang van Haggai en Zacharia, wordt de herbouw hervat en voltooid.

68b Ezra LezenPriester Ezra mag van de Perzische koning terugkeren naar Jeruzalem. Hij moet onderzoeken of de teruggekeerden wel Gods wet onderhouden en hij moet hen daarin onderwijzen. Ezra keert met 6.000 ballingen terug naar Jeruzalem. Hij merkt dat de teruggekeerden alweer zijn afgeweken van Gods wetten. Ezra belegt een vergadering en brengt hen de zonden onder ogen. Het volk belooft te breken met hun zonden en velen doen dat ook. Het betreft vooral huwelijken met heidense vrouwen.

Nehemia, schenker van de Perzische koning Artaxerxes, mag naar Jeruzalem terugkeren om het welzijn van zijn volksgenoten te behartigen. Hij krijgt een gewapende geleide en aanbevelingsbrieven mee. Nehemia treedt op als helper van Ezra. Hij weet van de treurige toestand: tempel herbouwd, maar muren en poorten niet. Nehemia inspecteert de muren en gaat die met het volk herstellen. Er is grote tegenwerking van Israëls vijanden, de Samaritanen en ook omliggende volken. Zelfs zijn er aanslagen op 69 Herbouw murenNehemia om hem uit de weg te ruimen. Deze mislukken alle. De bouw wordt voortgezet met inzet van wachters en gewapende werkers. In 52 dagen wordt de muur van Jeruzalem voltooid. Nehemia neemt diverse maatregelen tegen sociaal onrecht en vernieuwt het godsdienstig leven. In de vergadering die Ezra belegt, wordt de wet voorgelezen. Het volk verklaart plechtig naar Gods wet te zullen leven. Nehemia gaat na 12 jaar terug naar Perzië. Hij keert later wel opnieuw terug naar Jeruzalem, treft daar weer misstanden en zonden aan en moet opnieuw een krachtige hervorming doorvoeren.

Ester

Daniël, Ezra en Nehemia leven aan het hof in Babel tijdens de Ballingschap. Dat is ook het geval met Ester. Vandaar dat wij haar geschiedenis hier beschrijven. Na de terugkeer van het grootste deel van de ballingen worden de achterblijvers na verloop van tijd met uitroeiing bedreigd. De tussenkomst van Mordechai en Ester bewaart hen daarvoor. Dit vindt al plaats vóór de tijd van Ezra en Nehemia, onder de Perzische koning Ahasveros (Xerxes). In de geschiedenis van Ester lezen we hoe God ook voor de achterblijvers zorgt. Bedreiging met de dood wordt omgezet in overwinning op de bedreigers.

Ahasveros verstoot tijdens een dronkenmansfeest zijn vrouw, koningin Wasti. Hij kiest uit meerdere meisjes Ester als nieuwe koningin. 70 Ester 2 MordechaiEster en Mordechai behoren tot de achtergebleven Joden in de burcht Susa. Ester is wees. Haar pleegvader en oom Mordechai zegt haar niet te vertellen dat ze van Joodse afkomst is. Als Mordechai eens van een aanslag op de koning hoort, geeft hij dat via Ester aan de koning door. Hij wordt niet beloond, maar het voorval wordt wel in de kronieken opgeschreven. Enkele jaren later benoemt de koning de Amalekiet Haman tot zijn hoogste dienaar. Iedereen moet, net als voor de koning, knielen voor Haman en hem goddelijke eer bewijzen. Mordechai weigert dit. Haman wil niet alleen Mordechai doden, maar heel de Joodse gemeenschap. Hij krijgt van de koning gedaan door heel het land een bevel te geven op een door het lot (poer) bepaalde dag allen om te brengen. Mordechai wil dat Ester naar de koning gaat om opheffing van dat bevel te vragen. Ze durft dat niet, het kan haar dood worden, maar ze nodigt de koning en Haman uit voor een maaltijd. Dan nog durft ze de vraag niet te stellen en nodigt hen nogmaals uit voor de volgende dag. Bij die maaltijd durft ze de koning te vragen het leven van haar volk te redden. Ze vertelt dat Haman hier achter zit. De koning laat Haman op een paal spietsen. Mordechai wordt in zijn plaats benoemd. Omdat het gegeven bevel tot doden niet kan worden herroepen, krijgen de Joden toestemming zich op de afgesproken dag te verdedigen. Op de bewuste dag worden ze wel overal aangevallen, maar ze rekenen af met alle belagers. Zo zorgt God voor de omkering van rouw in feestvreugde. Ter herinnering aan deze verlossing vieren de Joden elk jaar het poerimfeest.

Spreuken, Prediker, Hooglied71 Bijbelboeken 4

In de voorgaande beschrijvingen hebben we gezien hoe het volk Israël vanaf de intocht in het land Kanaän heeft geleefd en ook hoe het tot de Ballingschap is gekomen. In de Bijbel staat deze geschiedenis van de Rechters, Koningen en Profeten beschreven in de Bijbelboeken Rechters t/m Maleachi. Enkele bijzondere Bijbelboeken kwamen ook aan de orde: Ruth, Psalmen, Klaagliederen en Ester. Nu willen we nog aandacht besteden aan de Bijbelboeken Spreuken, Prediker en Hooglied.

Het Bijbelboek Spreuken bevat spreuken van hoofdzakelijk koning Salomo die ten doel hebben kennis, praktische levenswijsheid, levenskunst en moreel besef bij te brengen. Het wijsheidsboek geeft inzicht hoe te handelen om de gevaren van het leven te onderkennen en een veilig en voorspoedig leven te kunnen leiden. 72 Spreuken 2Spreuken geeft onderricht in de deugden in karaktervorming. Het gaat niet allereerst om wat de mens moet doen (gebod), maar om hoe hij moet zijn (deugd). Hoe in de omgang met mensen en situaties. Het gaat om wijsheid, gerechtigheid, goede manieren, eerlijkheid, betrouwbaarheid, juiste levenshouding, zelfbeheersing, geduld, bescheidenheid, mildheid en zorgvuldig gedrag. Hierbij worden veelal wijzen en dwazen als rechtvaardigen en goddelozen tegenover elkaar geplaatst. Het begin van alle wijsheid echter is ontzag voor God. De spreuken over de wijsheid gaan uit van een rechtstreekse relatie tussen God en de mens, dus van een individuele omgang van de mens met God.73 Spreuken 1

Het Bijbelboek Prediker bevat, in een beschouwend kader, filosofische wijsheden met het doel kennis, praktische levenswijsheid, levenskunst en moreel besef bij te brengen. 74 Prediker 1Het bevat volkswijsheden en aansporingen tot goed gedrag. Prediker wijst op de grote afstand tussen de mens en God en de onbereikbaarheid en ondoorgrondelijkheid van de wijsheid van God. 75 Prediker tekstVanuit een nabeschouwing van het dagelijks leven en de gang van zaken in de wereld, volgt de conclusie "Alles is lucht en leegte". Er is een kringloop van de tijd en de natuur. Elementen uit de beschouwing: Alles heeft zijn tijd, de zin van wat God doet, de vreugde van het leven, gedenk je Schepper in je jeugd, heb ontzag voor God, leef zijn geboden na, dit geldt voor ieder mens, geloof in het goede bestuur van God.

Het Bijbelboek Hooglied bevat liefdesbrieven waarin de ideale liefde tussen man en vrouw wordt weergegeven. 76 BruidBeiden verlangen naar elkaar, ontmoeten elkaar en bezingen elkaars schoonheid in beeldende taal waarin de natuur een belangrijke rol speelt. Ook wordt gezongen over wat de liefde bedreigt. Sommige uitleggers lezen Hooglied allegorisch, als beeld van de liefde tussen Christus en de Kerk. De meesten lezen Hooglied als letterlijk, de ideale liefde tussen man en vrouw.

Tijdperk na de Ballingschap

De Judeeërs keren uit de Ballingschap terug naar het land Palestina. 77 Palestina eind OTDe Joden die terugkeren, gaan wonen in en om Jeruzalem. Vandaaruit verspreiden ze zich over het hele land Palestina. Uiteindelijk concentreren zij zich in Judea, Galilea en Perea. In de overige gebieden wonen niet-Joden, zoals de Samaritanen in Samaria en de Edomieten in Idumea. Overigens woont ook een groot deel van de Joden buiten Palestina, verstrooid in vele landen (we noemen dit de diaspora). In de 400 jaar na de herbouw van de muren van Jeruzalem treden er geen profeten op en laat God niet van zich horen. In deze periode is Palestina steeds bezet door andere volken of landen. Na Assyrië en Babylonië is dat nu Perzië. In 330 v. Chr. verovert Macedonië het land. Alexander de Grote bezoekt hogepriester Jaddus in de tempel van Jeruzalem. Bij de dood van Alexander in 323 wordt zijn rijk verdeeld onder drie van zijn generaals. Palestina komt bij het rijk van Ptolemaeus die Egypte krijgt toebedeeld. De Joden hebben onder zijn beheer een rustig leven. In 198 v. Chr. veroveren de Seleuciden (van mede-generaal Seleucus) vanuit Syrië het land. De Joden haten de Seleuciden vanwege het opleggen van de Griekse cultuur en religie en worden hevig vervolgd. De Makkabeeën (uit een priestergeslacht) bestrijden de Syriërs met succes. In 167 v. Chr. komen zij in opstand en stichten ze de 78 Rome JudaeaHosmonese dynastie. In 134 v. Chr. krijgen ze een redelijke onafhankelijkheid in een Joods koninkrijk, het Hosmonese Rijk. Daaraan komt een einde in 63 v. Chr. als de Romeinen het land veroveren. Palestina wordt de provincie Judea in het Romeinse Rijk en is dat ook bij de geboorte van Christus. In 37 v. Chr. wordt, onder Romeins gezag, de Edomiet Herodes koning van Judea.

Aankondigingen komst Messias

We hebben tot nu de periodes beschreven van de Aartsvaders, Mozes en Jozua en Rechters, Koningen en Profeten. In deze periodes komen we vele aankondigingen en beloften tegen betreffende de komende Messias. Via die weg heeft God de komst van de Messias voorbereid, de komst van de Heer Jezus Christus, van Jezus de Zoon van God. We geven hier, als slot van deze paragraaf, via de link een klein overzicht van de aankondigingen nu we in een volgend paragraaf toe zijn aan de komst van de Messias, de vervulling van de beloften.82a Messias 3

Alle informatie in deze paragraaf heb ik samengevat in beeld gebracht in de presentatie "Rechters, Koningen en Profeten". Daarin staan ook kaarten, tijdlijnen en overzichten.

Uitleiding "Rechters, Koningen en Profeten"

Het voorgaande over Rechters, Koningen en Profeten is beschreven in de Bijbelboeken Rechters tot en met Maleachi. Samen met Genesis tot en met Jozua vormen deze boeken het Oude Testament in de Bijbel. Een overzicht van de Bijbelboeken is te vinden in document "Bijbelboeken". Het Nieuwe Testament begint met de geboorte van Jezus, de Zoon van God, de Verlosser van de wereld. Zijn komst op aarde betekent ook het startpunt van de kerk, zodat we daarna over Kerkgeschiedenis gaan spreken.

Wie bij de Bijbelse Geschiedenis is grootgebracht, zal via vertellingen thuis en op school op een verhalende manier kennis hebben genomen van de Bijbelse gebeurtenissen. Wie dat niet op deze wijze heeft meegekregen, doet er goed aan de geschiedenissen die ik in dit deel heb beschreven zelf na te lezen in de Bijbel voor de verhalende achtergronden. Hierbij zul je, vanwege het vele leeswerk, als vanzelf vooralsnog selectief te werk gaan.

Slot overzicht

.